Aanpassingen in je huis en de Wet maatschappelijke ondersteuning

Veel mensen die last hebben van elektromagnetische velden (EMV) willen graag hun huis laten afschermen. Dit omdat het noodzakelijk is om gezond te kunnen leven. Echter, hier zijn vaak hoge kosten aan verbonden. De vraag is of je dit eventueel vergoed kan krijgen? Op de mogelijkheden ga ik hier in.

De overheid heeft de taak om op te komen voor mensen in nood. Dit opdat iedereen kan deelnemen aan de samenleving. Om hieraan deel te kunnen nemen kan het voor sommige mensen nodig zijn dat ze voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Het recht op voorzieningen, hulp en ondersteuning is geregeld in de WMO. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. Het doel van deze wet is het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen. Mensen moeten zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven. De gemeente heeft een zorgplicht op grond van deze wet, al laat het de gemeente behoorlijk vrij bij de uitvoering. De nadere regelgeving wordt per gemeente neergelegd in een verordening.

Kunnen EHS’ers onder de Wmo vallen?

De vraag is of EHS’ers (elektrohypersensitieve mensen) ook in aanmerking kunnen komen voor voorzieningen op grond van de Wmo. Een uitspraak van rechtbank Arnhem verschaft hierin duidelijkheid. (Rechtbank Arnhem, 19 mei 2009, AWB 08/4505.) In deze zaak vroeg een man om vergoeding van de kosten van raamfolie ter bescherming tegen zonlicht – vanwege zijn lichtgevoeligheid – en tegen elektromagnetische straling van de zendmast bij zijn huis. De aanvraag werd afgewezen door de gemeente. Dit omdat niet met voldoende zekerheid en objectiviteit was vast te stellen dat er een oorzakelijk verband was tussen de beperkingen die de man aangaf te ervaren en de EMV die de man daarvoor aangaf. De vergoeding die hij vroeg voor de raamfolie voor zijn auto werd overigens wel toegekend.

De rechtbank oordeelde echter dat dit geen grond voor afwijzing van de aanvraag kan zijn. De Wmo is uitdrukkelijk niet beperkt tot personen die door ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen hebben, maar uitgebreid tot de ruimere groep van mensen die beperkingen in hun zelfredzaamheid ondervinden. Daarbij heeft de wetgever bewust gekozen voor brede begrippen ‘met een beperking’, ‘chronisch psychisch probleem’ en ’mensen met een psychosociaal probleem’.

De Wmo is dus niet beperkt tot die gevallen waarin iemand daar op medische gronden, naar objectieve maatstaf gemeten, op aangewezen is. Het vereiste van objectivering mag volgens de rechtbank dan ook niet worden gesteld. De gemeente moest in deze zaak dan ook opnieuw beslissen op het bezwaarschrift met inachtneming van de uitspraak. In deze zaak heeft de gemeente de voorziening ook toegekend.

Bovenstaande betekent dat EHS’ers onder de doelgroep van de Wmo kunnen vallen en eventueel in aanmerking kunnen komen voor aanpassingen in de woning. Bovendien is ook nog de vraag of je niet kan stellen dat EHS‘ers wel degelijk aantoonbare beperkingen hebben door ziekte of gebrek. De eis van een oorzakelijk verband die met voldoende zekerheid en objectiviteit vastgesteld moet worden is vergaand aangezien de oorzaak van veel ziektes onbekend, speculatief of complex zijn. De klachten die EHS’ers hebben zijn reëel en kunnen vaak ook wel geobjectiveerd worden en in verband gebracht worden met EMV.

Er valt dan ook te twisten over de vraag of ze op grond van hun aantoonbare beperkingen door ziekte en gebrek een beroep kunnen doen op de Wmo. Ook gezien de ontwikkelingen die gaande zijn op het gebied van EHS in Nederland en in Europa. Er is wel degelijk een zekere erkenning dat EHS bestaat en dat vermindering van blootstelling herstelbevorderend kan zijn, ook al wordt de oorzaak vaak in het midden gelaten. Dit staat in het kennisbericht elektrogevoeligheid van 19 april 2012 van het Kennisplatform EMV & Gezondheid. Het Kennisplatform heeft bovendien tijdens de bijeenkomst van de Denkgroep Medische hulp bij elektrogevoeligheid op 18 juni 2013 aangegeven dat er een grote noodzaak is voor het bieden van hulp aan EHS’ers.

Wat moet de gemeente doen?

De gemeente mag gezien bovenstaande niet op algemene gronden mensen uitsluiten van de Wmo maar moet in elk concreet geval voorzieningen treffen die hem in staat stellen een huishouden te voeren. Hieronder dient begrepen te worden het aanwezig zijn in de woning. De gemeente moet hierbij altijd maatwerk leveren.

Ook dient de voorziening afgestemd te zijn op de reële behoefte van de persoon. De belemmeringen van een persoon hoeven ook niet in direct oorzakelijk verband te staan met bouwkundige of woontechnische aspecten. De gemeente zal dus in elk geval zorgvuldig onderzoek moeten doen naar de relevante feiten en omstandigheden.

Aanvraag indienen?

Wil je een voorziening aanvragen op grond van de Wmo, dan is de kans uiteraard aanwezig dat de gemeente dit zal afwijzen, net als bovenstaande gemeente in eerste instantie heeft gedaan. Realiseer je dat je mogelijk in bezwaar en eventueel in beroep moet gaan wil je slagen.

Om kansrijk te zijn zal je gegevens en bescheiden moeten verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover je redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Je kan hierbij denken aan verklaringen van artsen die aangeven dat je baat zal hebben bij afscherming. In bovengenoemde uitspraak had de man bijvoorbeeld een verklaring van een maag-darm-leverarts en een advies van de stichting Centrum Indicatiestelling Zorg die aangaven dat hij baat zou hebben bij afscherming.

Verder mag een gemeente wel een eigen bijdrage vragen maar geen algemene inkomensgrenzen stellen. De gemeente zal binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing moeten nemen.

Martine Vriens

Lees ook: Succesvolle praktijkvoorbeelden van voorzieningen uit de Wmo