Overheidsinstanties en behoorlijk bestuur

Veel mensen die last hebben van elektromagnetische velden (EMV) sturen regelmatig brieven naar overheidsinstanties. Bijvoorbeeld gemeenten, GGD, het Antennebureau en ministeries. In veel gevallen is het antwoord van de betreffende instanties behoorlijk teleurstellend. Ze reageren in de meeste gevallen bijzonder technocratisch en er wordt vaak alleen aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat er een verband is tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan EMV. Los van het feit dat er wel degelijk aanwijzingen zijn gaan ze hier ook voorbij aan de ernst van de situatie en de ondervonden gezondheidsklachten.

Wat kan je nu eigenlijk verwachten van een overheidsinstantie als je deze aanschrijft. En wat kan je doen als een overheidsinstantie een onbevredigend antwoord geeft.

Behoorlijkheidsnormen

Overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op een behoorlijke manier omgaan met burgers en hun belangen. Dit betekent dat de overheid de burger serieus neemt en met respect behandelt. Daarbij hebben ze steeds oog voor de menselijke maat. Als het erop aan komt, zoekt de overheid persoonlijk contact. De Nationale Ombudsman heeft behoorlijkheidsnormen opgesteld die beschreven staan in de behoorlijkheidswijzer. Deze kunnen handig zijn om na te gaan of een overheid aan deze normen is tegemoetgekomen. Ik ga hieronder in op die normen die relevant kunnen zijn voor onze doelgroep.

Juiste informatie

Een norm waar een overheid aan moet voldoen is dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf.

Luisteren

De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt. De overheid hoort wat de burger zegt, en ook wat hij niet zegt. Dit betekent dat de overheid de burger serieus neemt en daadwerkelijk geïnteresseerd is in wat hij belangrijk vindt.

Respecteren van grondrechten

De overheid respecteert de grondrechten van haar burgers. Sommige grondrechten bieden waarborgen tegen het optreden van de overheid, zoals: het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; het recht op persoonlijke vrijheid; het discriminatieverbod; het recht op onderwijs en het recht op gezondheid.

Fatsoenlijke bejegening

De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig. In de contacten met burgers moeten overheidsinstanties hen zo goed mogelijk helpen en zij doen dit op respectvolle wijze en houden daarbij rekening met de persoon van de burger.

Maatwerk

De overheid is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Ook in haar feitelijk handelen zoekt de overheid steeds naar maatregelen en oplossingen die passen bij de specifieke omstandigheden van de individuele burger.

Samenwerking

De overheid werkt op eigen initiatief in het belang van de burger met andere (overheids-)instanties samen en stuurt de burger niet van het kastje naar de muur. Een overheidsinstantie verschuilt zich niet achter een beperkte taakstelling, maar neemt steeds zelf het initiatief om samen te werken met andere instanties. De overheid biedt de burger één loket voor zijn vraag of probleem.

Voor meer normen die wellicht kunnen spelen raadpleeg de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman.

Wat kan je doen bij een onbevredigend antwoord?

Als je een antwoord krijgt van een overheidsinstantie kan je nagaan of ze voldaan hebben aan bovenstaande normen. Als dat niet het geval is kan vervolgens een klacht ingediend worden om ze hierop te wijzen. Mocht de overheidsinstantie de klacht ongegrond verklaren, dan kan je een klacht indienen bij de Nationale Ombudsman.

Een goed voorbeeld van schending van de behoorlijkheidsnormen was mijn klacht over de verzekeringsarts. Bij het optreden van deze arts heeft de Nationale Ombudsman geoordeeld dat twee normen geschonden zijn. De arts had niet naar mij geluisterd, naar wat ik wilde en leverde geen maatwerk. Een overheid kan namelijk afwijken van beleid om zo een ongewenste situatie te voorkomen. Dat hadden ze in mijn zaak moeten doen, gezien de ernst van mijn klachten, aldus de Ombudsman.

Een andere norm is dat de informatie die de overheid geeft moet kloppen en volledig en duidelijk is. Dat er geen aanwijzingen zouden zijn dat blootstelling aan EMV schadelijk is is niet waar. Er zijn duizenden peer-reviewed onderzoeken die (schadelijke) biologische effecten aantonen en bovendien zijn de ervaringen van personen al aanwijzingen. In dit geval zou geconcludeerd kunnen worden dat deze norm hiermee wordt geschonden.

Wat kan je ermee bereiken?

In veel gevallen als het om EMV gaat kom je met een overheidsinstantie vaak uit op een welles nietes discussie en richt deze zich voornamelijk op of het nu wel of niet bewezen is. Daar bereik je uiteindelijk niet veel mee en is ook irrelevant.

Door de behoorlijkheidsnormen als uitgangspunt te nemen – los van de inhoudelijke discussie – kan uiteindelijk wel iets bereikt worden. Je dwingt ze na te denken over de situatie en de persoon en daarmee de gezondheidsklachten serieus te nemen. Dan gaat het niet om de vraag of het verband tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan EMV nu wel of niet bewezen is. En de klachten en de onwenselijke situatie zijn veelal evident en daar moet van uitgegaan worden bij de te volgen stappen.

Verder is het belangrijk dat de Nationale Ombudsman op deze manier signalen binnenkrijgt over dit thema. Deze kunnen belangrijke uitspraken genereren die behulpzaam kunnen zijn ook voor andere gevallen. Maar ook zal het bijdragen aan meer bewustwording.

Martine Vriens