Groen licht voor 5G gebaseerd op frauduleus rapport

Vera Verhagen en Elze van Hamelen bestudeerden het rapport ‘5G en Gezondheid’ van de Gezondheidsraad en concludeerden dat er heel wat mis is met de conclusies in dit rapport. Vera Verhagen is sociaal psycholoog en is als onderzoeker verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam. Elze van Hamelen is zelfstandig onderzoeker en transitieconsultant. Onderstaand kun je hun zorgwekkende bevindingen lezen:

Een frauduleus rapport ‘5G en Gezondheid’ van de Gezondheidsraad is de basis voor de verzekering aan burgers, het parlement en het kabinet dat er geen reden is om ons zorgen te maken over de gezondheidseffecten van 5G. Het onderzoek is niet deugdelijk uitgevoerd, maar erger nog, er blijkt sprake te zijn van regelrechte fraude.

Meerdere onderzoeken die op potentieel schadelijke effecten wijzen na blootstelling aan elektromagnetische velden (EMV, of in de volksmond ook straling genoemd) zijn in het rapport onterecht weergegeven als ‘geen effect’. Omdat dit rapport de basis vormde voor een groen licht voor de verdere uitrol van het nieuwe telecomnetwerk, is deze fraude zeer kwalijk. Met de beoogde landelijke dekking van 98% kan geen enkele burger aan blootstelling van 5G ontkomen. Dat risico’s voor de volksgezondheid zijn uitgesloten is daarom van levensbelang.

Schade niet uit te sluiten

In het najaar van 2019, toen de voorbereidingen voor de uitrol van 5G al vergevorderd waren, verzocht de Tweede Kamer het kabinet om wetenschappelijk bewijs dat de uitrol geen risico’s voor de volksgezondheid zou opleveren. De Gezondheidsraad kreeg de opdracht van het kabinet dit te onderzoeken. Na de eerste frequentieveiling, waar de overheid 1.2 miljard aan verdiende, en terwijl de uitrol al van start was gegaan, werd het rapport ‘5G en Gezondheid’ in september 2020 gepubliceerd.

De conclusie in de samenvatting is nogal kronkelig geformuleerd om de indruk te wekken dat het veilig is met frasen als “schade is niet aangetoond”. Tegelijkertijd werd het geheel voldoende ingedekt zodat de onderzoekers er niet op aangesproken kunnen worden met een: “voor een aantal ziekten [is schade] niet uit te sluiten”.

Onduidelijke selectie

In het rapport wordt een selectie van relevante wetenschappelijke onderzoeken beoordeeld. Deze onderzoeken zijn met zoekopdrachten uit verschillende wetenschappelijke databases gevist. Van de duizenden onderzoeken die kunnen worden gevonden vinden we in het rapport slechts een selectie terug van enkele honderden studies. Het is onduidelijk op welke basis deze selectie is gemaakt.

Ook is bij het beoordelen van de onderzoeken slechts naar de samenvatting gekeken, en niet naar de inhoud. Op basis van de samenvatting werd het type studie geregistreerd (of het een experiment, proefdieronderzoek of epidemiologisch onderzoek betreft), en welk effect is waargenomen: ‘geen verband’, ‘geen effect’, ‘effect, niet duidelijk gunstig/ongunstig’, ‘ongunstig verband/hoger risico’. Dit is voor verschillende ziekten (zoals kanker en neurodegeneratieve ziekten als Parkinson, Alzheimer en ALS), aandoeningen (bijvoorbeeld aan gehoor of zicht), en biologische processen (zoals gedrag, slaap, afweer, hormoonsysteem) onderzocht.

Communicatie via het 5G netwerk zal via drie verschillende frequentiebanden verlopen (te vergelijken met radiofrequenties, maar dan met veel kortere golven, die dichter bij magnetron-microgolven liggen): 700-2200 MHz, 2.2-5.0 GHz en 20-40 GHz. Voor elke van deze banden is nagegaan of er onderzoek is dat een relatie met ziekte of gezondheidsklachten aantoont.

Uitsluitingscriteria niet consistent

Een aantal onderzoeken is bij de beoordeling uitgesloten, maar de schrijvers van het rapport pasten uitsluitingscriteria niet consistent toe. Steekproefsgewijs vinden we echter meerdere deugdelijk uitgevoerde onderzoeken die wel degelijk schadelijke effecten aantonen.

Een voorbeeld: bij blootstelling aan radar is een onderzoek gevonden dat een verband met kanker aantoont, en een onderzoek waar dat ontbreekt. De uitkomst is dan 50/50. Hierbij zijn 14 onderzoeken uitgesloten. 11 terecht omdat ze niet over radar gaan. Maar de andere 3 die op arbitraire gronden zijn uitgesloten, tonen allen een verhoogde kans op kanker na blootstelling aan radar. Dat verandert de verhoudingen: vier onderzoeken die schade aantonen tegenover één die dat niet doet, de verhouding is dan 80/20, een betekenisvol verschil.

Nadat er op deze manier een noemenswaardig aantal onderzoeken die schade aantonen zijn uitgesloten, blijkt dat van het wel opgenomen onderzoek de conclusies niet juist zijn weergegeven – ten onrechte zijn er een aanzienlijk aantal in de categorie ‘geen effect’ of ‘geen verband’ geplaatst, terwijl er wel degelijk een verband is aangetoond.

Onterecht geclassificeerd als ‘geen effect’

Bijvoorbeeld: om na te gaan of er mogelijk een verband is tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan EMV (700-2200 MHz) zijn er 67 studies geselecteerd. Dit frequentiebereik is relevant, omdat het in juli vorig jaar geveild werd, en al in gebruik genomen is. De onderzoekers vinden 37 experimentele studies (proefondervindelijk onderzoek) waarvan er bij 36 geen effect waargenomen is, en bij één studie een gunstig effect.

Echter, bij controle blijkt dat 18 studies onterecht zijn geclassificeerd als ‘geen effect’ – bijna de helft! De samenvattingen van deze onderzoeken beschrijven ongunstige effecten na blootstelling aan EMV. In hetzelfde overzicht staan 29 epidemiologische studies (populatieonderzoek), waarvan er 20 een verhoogd risico voor de gezondheid registreren na blootstelling.

Die uitkomst wordt in de conclusie als volgt weggeredeneerd: het gebruik van de mobiele telefoon zelf is mogelijk schadelijk, en gezondheidsklachten kunnen daarom niet aan blootstelling aan EMV worden toegeschreven. Dit is een oneigenlijke, en niet wetenschappelijke beoordeling die het mogelijk maakt een onwelgevallig resultaat af te waarderen.

In een goed beschreven onderzoek sluiten auteurs zelf mogelijke andere verklaringen uit. Het is niet aan de ‘onafhankelijke’ beoordelaars van de Gezondheidsraad om achteraf, op basis van alleen het lezen van de conclusie, daar een andere interpretatie aan te geven. De uiteindelijke conclusie bij de beoordeling van mogelijk risico op gezondheidsklachten als hoofdpijn, slapeloosheid, concentratieproblemen, oorsuizen en huidirritaties na blootstelling aan EMV (700-2200 MHz) is dat er geen verband is gevonden, terwijl meer dan de helft van de gevonden onderzoeken effecten aantonen.

Verkeerd geïnformeerd

Nemen we vervolgens andere tussenconclusies onder de loep, dan blijkt dat ook deze niet aansluiten bij de onderzoeken en effecten die gevonden zijn. Hieronder een kleine selectie ter illustratie.

  • Voor een verband tussen blootstelling aan EMV en kanker luidt de conclusie dat een verhoogd risico op tumoren niet te bewijzen is, maar ook niet valt uit te sluiten. De proefdier experimenten laten beperkte aanwijzingen zien dat blootstelling een effect op het ontwikkelen van tumoren kan hebben. Echter, in 7 van de 23 onderzoeken, of 30%, is een verhoogd risico op kanker gevonden. Het proefdieronderzoek waar impliciet naar verwezen wordt is de befaamde NTP-studie. Een onderzoek dat 10 jaar liep, en meer dan 25 miljoen dollar kostte. Op basis van de bevindingen in deze studie hebben vooraanstaande oncologische wetenschappers opgeroepen de classificatie van EMV van ‘mogelijk kankerverwekkend’ naar ‘kankerverwekkend’ op te schalen.
  • Bij effecten op het hart en het autonome zenuwstelsel is op een vergelijkbare manier te werk gegaan: er wordt geconcludeerd dat er geen effect gevonden is na blootstelling aan straling (700-2200 MHz). In feite is bij 5 van de 25 onderzoeken (20%) wel een effect naar voren gekomen. De conclusie dat er geen effect is lijkt dus niet juist te zijn. Bij neurodegeneratieve ziekten wordt wel erkend dat deze mogelijk verband houden met blootstelling aan EMV (700-2200 MHz). Maar in dit geval is dat heel zacht uitgedrukt, aangezien 61% (8 van de 13) van de onderzoeken verhoogde risico’s laten zien op neurodegeneratieve ziekten. Bij het hoofdstuk dat de mannelijke vruchtbaarheid behandelt wordt het nog bonter: De conclusie luidt dat ongunstige effecten op de testisfunctie en de ontwikkeling van sperma mogelijk zijn. In 10 van de 10 gevonden onderzoeken, dus 100%, zijn ongunstige effecten aangetoond (2,2-5,0 GHz). Deze conclusie lijkt daarom bijzonder zwak gesteld.
  • Ondanks het afzwakken van gevonden effecten kunnen we in verschillende subconclusies lezen dat het mogelijk is dat blootstelling aan 5G-straling een negatief effect heeft op de gezondheid. De volgende mogelijke effecten worden in de subconclusies onder andere erkend: neurodegeneratieve effecten, effecten op de het verloop van zwangerschap, geboorteafwijkingen, ongunstige effecten op de ontwikkeling van sperma, effecten op slaap, cognitie (denkvermogen, concentratie), de bloed-brein barrière, en oxidatieve stress (stress voor cellen, dit gaat vooraf aan kanker). Maar, de eindconclusie – waar de pers en bewindslieden op afgaan – is zodanig afgezwakt dat die niet langer aansluit bij de tussentijdse conclusies. In de samenvatting lezen we dat de samenhang tussen 5G frequenties en gezondheidsschade niet is aangetoond, maar dat het ook niet helemaal valt uit te sluiten, en dat de commissie voor geen van de onderzochte ziekten en aandoeningen de samenhang tussen blootstelling en ziekte waarschijnlijk acht.

Alles tezamen genomen: het uitsluiten van deugdelijk onderzoek, het niet juist registreren van uitkomsten van onderzoek en afgezwakte conclusies, kunnen we niet anders dan tot de conclusie komen dat het kabinet en de Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd zijn.

Verschuilen achter adviesorganen

Helaas vindt er van rapporten uitgebracht door adviesorganen nooit peer review plaats: een controle door onafhankelijke vakdeskundigen, die voorafgaat aan publicatie. In tegenstelling tot de vele uitgesloten onderzoeken die deze toets der kritiek wel hebben doorstaan. Het spreekt voor zich dat dit rapport een peer review niet doorstaan zou hebben.

De overheid baseert haar beleid alleen als het haar uitkomt op de wetenschappelijke aanbevelingen van adviesorganen. Bijvoorbeeld, omdat er nog geen onderzoeken beschikbaar zijn over de gezondheidseffecten van de 26 GHz frequentie, wordt het in gebruik nemen daarvan in het rapport ontraden, maar dat advies legt het kabinet wel naast zich neer.

De overheid en bestuurders verschuilen zich achter wetenschappelijke uitspraken van adviesorganen, dat zien we terug in het politieke debat, maar ook tijdens rechtszaken. Het is in jurisprudentie vastgelegd dat overheden mogen vertrouwen op deze uitspraken, zoals van de Gezondheidsraad, en dat wetenschappelijke discussies of zorgen van burgers daarbij niet of minder zwaar wegen. Op het moment dat deze wetenschap frauduleus is, valt de onderbouwing voor overheidsbeleid weg.

Vera Verhagen en Elze van Hamelen