Verslag van beroep Wilma de Jong bij de bestuursrechter in Arnhem

Op dinsdag 20 oktober vond de rechtszitting plaats inzake de belanghebbendheid van Wilma de Jong bij de voorgenomen plaatsing van een zendmast in Haarlo (gemeente Berkelland).

Uiteraard volgen wij dit met grote belangstelling, aangezien wij allemaal ongevraagd worden blootgesteld aan een snel toenemende hoeveelheid straling. De blootstellingsrichtlijnen die in Nederland worden gehanteerd zijn omstreden en zelfs de Gezondheidsraad kan niet met zekerheid vaststellen dat er geen gezondheidsrisico’s zijn. Dit is dan ook een belangrijke zaak.

Wilma de Jong schreef een uitgebreid en informatief verslag van de zitting, zodat iedereen kan zien wat er besproken is. Onderstaand kun je haar verslag lezen. Over tenminste 6 weken volgt de uitspraak.

Verslag Rechtszitting 20 oktober 2020, zaaknummer ARN 19/2184 WABOA

Het betreft een gevoegde zitting. Dat betekent dat niet alleen mijn beroep, maar ook het beroep van andere appellanten, waaronder dat van de Gelderse Natuur en Milieu Federatie (GNMF) en van retraitecentrum Erve Veldink, wordt getoetst. In dit verslag ga ik uitsluitend in op de gezondheidsrisico’s van draadloze technologie en laat ik de argumentatie van de andere appellanten betreffende andere beroepsgronden buiten beschouwing.

Voor geïnteresseerden bestond de mogelijkheid om via een Skype-meeting mee te kijken naar de zitting. Er hadden zich 30 belangstellenden aangemeld (waarvan 2 helaas te laat). Degenen die via mij een linkje voor de Skype-meeting bij de rechtbank hadden aangevraagd, heb ik op de ochtend van de zitting laten weten dat ik in overleg met mijn advocaat op de vooravond van de zitting besloten had zelf niet naar de zitting te komen. Mezelf citerend:

“Het voelt verdrietig en juist om gehoor te geven aan mijn sterke vermoeden dat ik door de stralingsbelasting van de reis, de stad en in de zittingszaal, niet meer adequaat zal kunnen reageren op vragen van de rechter. Ik ken van mezelf van boodschappen doen (ongeveer de enige ‘uitstap’ die ik nog maak in het vermijden van stralingsbronnen), dat, als het langer dan een uur of anderhalf uur duurt, ik ondanks het dragen van stralingswerende kleding in een soort primitief oerbrein terechtkom. Ik wil dan alleen nog maar ‘weg, weg, weg’. Kan me steeds minder goed concentreren. Voel me prikkelbaar worden (en soms zelfs agressief) en krijg als het voortduurt moeite met woorden en dingen begrijpen. Ik wil me een dergelijke vernederende ervaring tijdens de zitting besparen. Zelfs al zou ze illustratief zijn voor de problemen van mensen met EHS, zoals ik, is het de vraag of het zo wordt gezien.”

Aan het begin van de zitting was er enige commotie toen bleek dat ik vanuit de zittingszaal niet via de Skype-verbinding bereikt kon worden. Ondanks mijn telefoontje naar de afdeling Communicatie van de rechtbank, kwam niet bij de rechter door dat ik niet over een Skype-set beschik en er op mijn computer / beeldscherm geen microfoon zit. Ik kon dus alleen meekijken, maar heb uiteraard de hele zitting gevolgd. Daarbij had ik de verdediging van mijn belang in handen gelegd van mijn advocaat, mr. Bondine Kloostra (advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, Amsterdam) en Liesbeth Adriaansens MD (huisarts in Breda met een al jarenlange speciale belangstelling voor EHS).

De vraag naar belanghebbendheid
De rechter moet altijd ambtshalve toetsen of een appellant belanghebbende is. “Dat is de juridische werkelijkheid”, zegt de rechter. De vraag naar belanghebbendheid is in mijn beroep van primair belang, omdat de gemeente Berkelland mijn bezwaarschrift heeft afgewezen, vanuit het ingenomen standpunt dat ik geen belanghebbende ben bij het bestreden besluit. Dit standpunt (gebaseerd op een cirkelredenering op grond van een ondeugdelijke veiligheidsclaim ICNIRP-limieten, zie diagram pagina 22 van mijn beroepschrift), heeft de gemeente als een rechtvaardiging gebruikt om de inhoud van mijn bezwaarschrift te negeren en geen van de door mij ingebrachte gezondheids­argumenten te toetsen. Een reden voor mij om beroep aan te tekenen bij de rechter.

Voordat de rechter op de inhoudelijke gronden van de beroepschriften in zou gaan, lag dus eerst het vraagstuk van de ‘belanghebbendheid’ voor. Mijn beroepschrift was er volledig op gericht aan te tonen waarom ik als burger – in tegenstelling tot het door de gemeente Berkelland ingenomen standpunt – als belanghebbende moet worden beschouwd als het gaat om de gezondheidsrisico’s van draadloze technologie.

In mijn beroepschrift heb ik dit onderwerp heel breed besproken. Het ging mij al lang niet meer om die ene zendmast, maar om aan te tonen dat de door de overheid gehanteerde ICNIRP-veiligheidsclaim niet deugt en ervoor te knokken dat burgers hun stem terugkrijgen als het gaat om de (dwingend opgelegde) gezondheidsrisico’s van draadloze technologie. Mijn standpunt is even simpel als logisch:

“Daar waar dekking mobiel bereik is,
is stralingsbelasting
en dus risico.”

Een afstand van 300 meter tot een zendmast aanhouden om belanghebbendheid aan af te meten – iets wat de gemeente Berkelland nu op grond van verouderde en ontoereikende jurisprudentie doet – is uitsluitend gebaseerd op de controversiële ICNIRP-limieten, dat wil zeggen, op enkel een thermisch effect en gaat volledig voorbij aan de aangetoonde biologische effecten (een wetenschappelijk feit) en de in duizenden publicaties aangetoonde gezondheidsrisico’s.

De veiligheidsclaim ICNIRP-limieten is bovendien onhoudbaar, omdat er al decennialang sprake is van een maatschappelijke en wetenschappelijke controverse betreffende deze limieten en daar waar sprake is van een dergelijke controverse is voorzorg noodzakelijk. Uiteraard kan die voorzorg dan niet gebaseerd zijn op diezelfde controversiële limieten. Ook om die reden kunnen de ICNIRP-limieten geen basis zijn voor fysieke veiligheid.

“Over de invulling van het begrip ‘belanghebbend’ is een dijk van jurisprudentie”, zegt de rechter. “Er zijn geen clear-cut rules. Maar uiteindelijk is het wel jurisprudentierecht.” En hij voegt toe: “Een beetje ongrijpbaar soms, moet ik zeggen”, waarmee hij bevestigt dat het jurisprudentierecht geen scherp omlijnde kaders biedt als het gaat om belanghebbendheid.

Rechter: “Er moet ook gekeken worden naar de gevolgen op lange termijn”
Over mijn beroepschrift zegt de rechter: “Ik moet zeggen, ik doe dit werk al meer dan 10 jaar. Ik geloof dat ik nooit eerder zo’n uitgebreid beroepschrift heb ontvangen.” De rechter merkt op dat als uitsluitend wordt afgegaan op de jurisprudentie, de 300 meter wel een ‘fatale afstand’ is. Als er echter gekeken wordt naar het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’, dan blijkt, aldus de rechter, dat er allerlei onderzoek is dat – zelfs bij een laag voltage (d.w.z. onder de 1V/m, de veldsterkte waarbij volgens de gemeente geen gevolgen zijn aangetoond) – laat zien dat er wel gezondheidsschade kan ontstaan. “Juristen zijn geen stralingsdeskundigen”, merkt de rechter op. “Wij zijn afhankelijk van rapporten.” Hij voegt daaraan toe dat het hier wel van belang is dat gekeken wordt naar de gevolgen van elektromagnetische straling op lange termijn.

Mijn advocaat Bondine Kloostra merkt op dat mijn zaak een typische milieuzaak is, waarbij er ten aanzien van nieuwe technologie steeds sprake is van voortschrijdend inzicht, zoals bijvoorbeeld bij laagfrequent geluid. Ze acht het onjuist dat de jurisprudentie (en ook de gemeente Berkelland) nog steeds terug verwijst naar een adviesrapport van de Gezondheidsraad van ruim 10 jaar geleden (2008), terwijl er sindsdien heel veel onderzoek is gedaan. Ze verwijst daarbij naar de inhoud van mijn bij de gemeente ingediende bezwaarschrift. De gemeente had hier inhoudelijk goede kennis van moeten nemen, iets wat niet is gebeurd.

De Gezondheidsraad zegt eigenlijk: ‘We weten het gewoon niet’
De rechter zegt de uitgebreide versie van het recente rapport van de Gezondheidsraad te hebben doorgenomen. Nog los van de vraag of de Gezondheidsraad onafhankelijk is (zie mijn beroepschrift, de ‘Nadere toelichting en onderbouwing’, deel I. Falende Gezondheidsraad), zegt de rechter over de conclusies van de Gezondheidsraad: “Ze zeggen: ‘Het zou kunnen, maar we weten het gewoon niet.’ Daar komt het eigenlijk op neer.”

(Mijn commentaar achteraf: In de EU-jurisprudentie rond het voorzorgbeginsel is onwetendheid een van de belangrijkste redenen om het voorzorgbeginsel toe te passen. Mocht het tot een hoger beroep komen, dan zal ik deze conclusie van de bestuursrechter benutten om hier (nogmaals) nadrukkelijk aandacht voor te vragen.)

Hoewel de rechter aanvankelijk meent dat het hier een politiek-bestuurlijke discussie betreft ‘waarin de rechter niet kan treden’, erkent hij ook dat “de afdeling Bestuursrecht zegt dat de politiek-bestuurder de goede afweging moet maken”.
“Als rechter zijn we geen stralingsdeskundige”, herhaalt hij. “We kunnen alleen een hard oordeel geven. (…)” Hierop onderstreept mijn advocaat: “De Gezondheidsraad kan geen gezondheidseffecten uitsluiten. Dat de gemeente tegen mevrouw De Jong zegt ‘U mag inhoudelijk niet meedoen’, daar is onvoldoende aanleiding voor. Mevrouw De Jong mag niet worden uitgesloten, omdat risico’s niet zijn uitgesloten.”

Rechter: “Je moet de cirkel ruimer nemen, omdat risico niet uit te sluiten valt”
Hier aangeland erkent de rechter: “Je moet de cirkel ruimer nemen, omdat risico niet uit te sluiten valt.” Huisarts Liesbeth Adriaansens vertelt over haar ervaring met mensen met EHS. “Deze mensen blijken wel te kunnen functioneren in een stralingsarme omgeving. (…) De ene mens is gevoeliger dan de ander.” “Bij toxiciteit wordt van de meest gevoelige uitgegaan”, voegt mijn advocaat toe.

De rechter vraagt door bij Liesbeth Adriaansens: “U bent huisarts. Ik stel me voor dat u feiten vaststelt. Hoe komt u aan de diagnose EHS?” Adriaansens vertelt dat ze daarvoor gebruik maakt van een Zweedse (subjectieve) vragenlijst. In Zweden is EHS een erkende aandoening. Daarnaast is er de anamnese. Ze vertelt dat uit onderzoek blijkt dat draadloze technologie veel gevolgen heeft voor het immuunsysteem. Ook vertelt ze over haar ervaring met het ‘geldrol-fenomeen’ (in mijn beroepschrift ‘rouleaux-effect’ genoemd; het bloed klontert onder invloed van RF-EMV samen tot ‘gestapelde munten’ wat allerlei – ook door mensen met EHS genoemde – klachten en gezondheidsschade kan veroorzaken, zie mijn beroepschrift, pagina 46 – 49). Adriaansens was er getuige van dat dit effect door studenten al in de jaren ’90 werd vastgesteld. Het bloed werd uit een oorlel geprikt, vervolgens werd voor datzelfde oor een DECT-telefoon gebruikt en daarna werd opnieuw bloed van de oorlel geprikt en het ‘geldrol-fenomeen’ vastgesteld.

“Stel”, zegt de rechter, “mevrouw De Jong is wel ontvankelijk. Dan wil ik wel regels stellen.” Er worden door Kloostra en Adriaansens afstanden van 2 tot 5 kilometer genoemd tot de zendmast. “Die concreetheid hangt weer af van individuele omstandigheden”, zegt de rechter. Aanvankelijk begrijp ik niet waarom mijn advocaat dit tegenspreekt. “Daar ben ik het niet mee eens”, zegt ze. “Je moet van de gevoeligste uitgaan.” Ze licht toe: “Je ziet bijvoorbeeld bij laagfrequent geluid dat er een kleine groep is die daar veel last van heeft. Dan moet je voor belanghebbendheid en bij de vraag of er gevolgen zijn van enige betekenis van de gevoeligste uitgaan. Als je gezondheidseffecten niet kunt uitsluiten, is het aan het bevoegd gezag om dat uit te zoeken.”

Heeft de gemeente de politiek-bestuurlijke afweging wel gemaakt?
De gemeente Berkelland zegt dat zij uiteraard ook alle stukken hebben gelezen. Echter, uit het bij de rechter ingediende verweerschrift is hiervan niets gebleken. “Wij ontkennen niet dat mevrouw De Jong klachten heeft”, zegt de jurist “maar of het van de zendmast komt is de vraag.” De rechter reageert kritisch als het erom gaat of deze vraag door de gemeente ook werkelijk onderzocht is. “De mensen hier hebben kennelijk niet ervaren dat de politiek-bestuurlijke afweging ook daadwerkelijk gemaakt is. Dat is kennelijk niet scherp genoeg naar voren gekomen.”

KPN ziet zichzelf slechts als gebruiker van frequenties
KPN ziet zichzelf alleen als gebruiker van frequenties, zonder duidelijke aansprakelijkheid. Dat blijkt als de rechter aan KPN vraagt: “Hoe staat KPN in deze kwestie?” “Eigenlijk heel simpel”, is het antwoord van KPN. “Wij zijn gebruikers van frequenties die door de overheid beschikbaar zijn gesteld. Wij leunen zwaar op de Gezondheidsraad.” Er wordt even ingegaan op 5G. KPN: “Qua principe en techniek is 5G niet veel anders dan 2G, 3G en 4G. (…) 5G wordt naast het huidige netwerken geplaatst. Er moeten opstelpunten bij komen.”

(Mijn commentaar achteraf: Het is onjuist dat KPN zich passief opstelt als het gaat om de mogelijke gezondheidsrisico’s van draadloze technologie. Zij heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. In het EU-milieubeleid is het een vaststaand gegeven dat ‘de vervuiler betaalt’, dus in geval van schade kan de telecomprovider zich niet afzijdig houden. “Om gevrijwaard te worden van aansprakelijkheid moet hij aantonen dat ten tijde van het in het verkeer brengen van zijn product het gebrek dat schade veroorzaakt met de beschikbare wetenschappelijke middelen zelfs niet te ontdekken was.” (Zie mijn beroepschrift, pagina 22 – 23, voetnoot 82.)

Alle milieu-effecten moeten worden meegenomen en voorzorg toegepast
Mijn advocaat brengt het onderwerp van 5G terug op de zendmast in Haarlo, waarbij ze opmerkt dat bij het bepalen van mijn belang “de milieu-effecten van alles wat er in de mast komt te hangen moeten worden meegenomen.”

De rechter overweegt: “Stel dat ik mevrouw De Jong gelijk geef, dan zal er een politiek-bestuurlijke afweging gemaakt moeten worden tussen gezondheid en andere belangen. Dan kan het zijn dat het belang van mevrouw De Jong van minder belang wordt geacht.” Mijn advocaat repliceert: “Uit het advies van de Gezondheidsraad blijkt dat Nederland dan nog wel gebruik mag maken van de ICNIRP-limieten, maar dat deze de potentie hebben de gezondheid te schaden. Daarom moet voorzorg worden toegepast en moet je als gemeente heel goed naar de argumenten kijken en een gemotiveerde afweging maken. Daarbij moet niet alleen naar de korte termijn risico’s, maar ook naar de lange termijn risico’s worden gekeken.” (Mijn advocaat verwijst hierbij naar twee gerechtelijke uitspraken die ik nog niet ken; ik zal deze nog bij haar opvragen.)

“De zendmast wordt bovendien niet in een blanco omgeving geplaatst”, zo voegt Bondine Kloostra toe. “Als de gemeente gaat toetsen, moet ze daar ook rekening mee houden.”

Rechter: “Klopt het dat er geen leidingen nodig zijn voor de zendmast?”
Hoewel ik hier niet verder inga op de gronden van GNMF en andere appellanten, is de volgende vraag van de rechter aan de gemeente Berkelland als anekdote nog wel vermeldenswaardig. Naar aanleiding van het beroepschrift van GNMF vraagt de rechter: “Ik heb begrepen dat voor de mast geen leidingen nodig zijn, klopt dat?” Waarop de jurist van de gemeente dat bevestigt.

Al snel blijkt echter dat er uiteraard wèl leidingen nodig zijn zodra de antennes worden geplaatst. Maar de vergunningaanvraag betreft een ‘bouwvergunning’ voor de mast an sich, niet voor de antennes. Het was duidelijk dat de manier waarop de gemeente Berkelland zich tot de feiten van de bouwvergunning beperkte, zonder de bereidheid om de consequenties van de plaatsing van de zendmast tot het einde toe door te denken, de rechter tot ergernis was.

Uitspraak over tenminste 6 weken
De rechter beraadt zich op 3 verschillende uitspraken, waarbij zij een aparte uitspraak zal doen op mijn beroep. Omdat zij er uitgebreid op in wil gaan, zal de gangbare termijn van 6 weken wellicht overschreden worden. “Even een disclaimer naar mevrouw De Jong”, zegt de rechter. “Niet elk aspect uit uw beroepschrift zal specifiek kunnen worden besproken. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt.”

Verslag: Wilma de Jong

Bijlagen:
> Beroepschrift W.J. de Jong – Rechtbank Arnhem – 24 februari 2020
> Nadere toelichting en onderbouwing beroepschrift
> Brief aan de Rechtbank inzake verweerschrift gemeente – 21 september 2020

Lees ook:
> Gezondheidsraad versluiert stralingsrisico’s; rechter moet burgers stem teruggeven
> ICNIRP richtlijnen bieden geen bescherming tegen schadelijke effecten voor de gezondheid
> Voorzitter commissie EMV van Gezondheidsraad kritisch over blootstellingsnormen en veiligheid 5G